Gisteren liep ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens een lange wandeling. Ik vind dat geweldig om te doen. EN deze keer was het bijna op het perfecte af. Mooie vergezichten, mooie landschapsplaten terwijl je voor je uit kijkt. Reeën die voor je uit het bos over het pad springen. Het was een machtig mooie dag om te wandelen. Dan geniet ik optimaal. Vergeet bijna alles wat er in mij omgaat en dat is zo heerlijk. Maar dan, als ik zo halverwege ben en al zoveel gezien heb dan gaat het in mijn gedachten vaak even mis. Dan wordt ik zo ondankbaar kind. Dan wil ik altijd meer dan ik al heb gezien. En dan begin in mijzelf daarover te praten. o van: "Het zou mooi zijn als...." En dat overviel mij gisteren ook. Ik had zoveel mooie dingen gezien. Ik was echt zo dankbaar dat ik het allemaal mocht zien en meemaken, maar toch weer halverwege, het zou mooi zijn als ik nu ook nog een vosje of ijsvogeltje zou kunnen gaan zien. Ik heb mij toen echt een ondankbaar kind gevoelt. Ondankbaar....